Tijdens de marathon in Eindhoven ging het maar over één ding: de eerste wedstrijd op natuurijs! Men leek er stiekem rekening mee te houden, voluit rijden kon wel eens onverstandig zijn met zoveel koud weer de komende dagen. De dag na de wedstrijd werd benut voor herstel met een grote hoofdletter H. Coach Bram Sikma was zeer stellig: alléén een zondags wandelingetje van een uurtje was toegestaan. Als we toch op de fiets zouden stappen, zou hij ons er hoogstpersoonlijk vanaf slaan. Windkr88 nam de voorbereiding op het natuurijs serieus.
En de eerste wedstrijd kwam er dus, op maandag al. Noordlaren was de prachtige locatie, zo vonden ook de vele televisie en radioploegen. Een kort natuurijsbaantje, slechts 333 meter, met in het midden een basketbal veld. Omkleden gebeurde niet in een kille sporthal, maar ‘gewoon’ in de basisschool naast de baan. De klas werd kleedkamer.
We hadden er allemaal enorm veel zin in. De koude bracht ongekende energie. De longen konden niet kapot in Noordlaren. En de benen wilden gaan, gaan en nog eens gaan. We voelden ons sterk daar in Noordlaren. Het was dan ook extra leuk om eens met zijn vijven aan de start te staan. Daarnaast voelden we ons extra gesteund door de mannen en vrouwen in de witte (!) Windkr88 jassen langs de kant.
Na de loze ronde, die door het doldrieste peloton in record-tempo werd afgewerkt, ging Bart al snel in de aanval. De eerste vijftig ronden bleef hij maar gaan, in een schijnbaar onuitputtelijke uitbarsting van energie. Durk, Jan en Crispijn zaten alert in het peloton. Ik reed te ver aan de achterkant van het peloton. De hectiek van het natuurijs was me nog even teveel. De eerste helft van de wedstrijd had ik nodig om te wennen aan de ambiance en het ijs.
Toen ik langzaamaan van voren kwam postvatten, kwam de eerste tegenslag voor ons roze collectief. Crispijn had op dit ruige ijs een bout van zijn schaats verloren. Doorschaatsen was hierdoor onmogelijk. Dit was een klap voor de moraal, want Crispijn zou als skeeleraar op dit korte baantje vast een goede sprint rijden. Maar helaas.
Het tweede deel van de wedstrijd kende voortdurend aanvalspogingen. Steeds waren er groepjes vooruit, soms zelfs met bijna een halve ronde voorsprong. Het viel me op dat het roze van voren goed vertegenwoordigd was. We wisselden elkaar af in het aanvallen, en ik begon me steeds meer in mijn element te voelen op dit koddige baantje.
Nadat Bram mij even naar achteren had gedirigeerd (ik was te doldriest met aanvallen aan het meegaan) kwam de eindfase van de wedstrijd in zicht. Het peloton leek zich al voor te bereiden op een mogelijke eindsprint. Dit was echter tegen de zin van BAM. Van deze ploeg demarreerden Bob de Vries en Willem Hut, vergezeld door Martijn van Es van de Wadro-ploeg.
We zaten er niet bij….maar profiteerden wel uitstekend van het werk van ploeg van SOS Kinderdorpen en Ami-kappers. Zij probeerden het gat dicht te rijden voor hun sprinters. Wij zaten te wachten op het moment om een ultieme jump naar de kopgroep te maken. En dat moment kwam! Ik kon samen met AMI Cristijn Groeneveld wegspringen uit het peloton en nog één keer me helemaal leegrijden in een uitputtende aanval. Durk en Bart lieten zich afzakken en gaven morele en fysieke steun.
En het lukte! Net voor het einde van de wedstrijd kon ik met Cristijn aansluiten bij het peloton. Het rondje was gepakt. We reden finale met vijf man voor de winst. Bob de bammer was keihard met het peloton meegesprint. Hij was niet meer te achterhalen. Dus het werd een sprint voor plek twee tussen Martijn, Cristijn, Willem en mezelf. Ik zag mezelf in de laatste buitenbocht die mannen voorbijsuizen, maar kwam er helaas alleen maar naast. Naast elkaar gingen we ook de streep over, maar zij net iets eerder dan ik. Wat overbleef was een vierde plaats.
IJsgroet,
Jouke Hoogeveen